vrijdag 20 oktober 2017

Saône 4: Tournus

9 augustus
Vanochtend in de Seille zo opgestaan:




De laatste sluis, van voren en van binnenuit.


Terug naar de Saône nu. 
Tournus is de eerste stad die we tegenkomen en aangezien dat de laatste is die romeinse stijlkenmerken in de stedenbouw heeft, nemen we hier een beetje afscheid van Zuid-Frankrijk. Langs de Seille waren de bouwmaterialen die we er gebruikt zagen weliswaar ook al meer Gallisch, maar dat gebied lag meer naar het Oosten. 

Een kort bezoek aan Tournus dus.

Schoonheid van het verval of het verval van schoonheid, ik weet het hier even niet meer...

Vinger aan de pols van het verval.


De kerk van Sint Madeleine heeft alleen maar versierselen aan de entree, binnen is alles grijs gepleisterd.

De abdij is een complex dat twee kerkgebouwen, een kloostergang en een refter heeft. Er is een grote Romaanse kerk met een prachtige uitstraling door rose getinte gesteente, dat van een afstand op baksteen lijkt. 



De kapel naast de abdij verkeert nog in een grove staat van restauratie. De kerk zelf is mooi gerestaureerd.

In ongeveer elke tiende kerk waar we binnenlopen wil Mia een kaarsje branden ter nagedachtenis aan haar ouders. Ze doet daarvoor een duit in het zakje van de kerk.

De Saône.

Waarna we in de jachthaven van Gigny een plekje vonden aan een steigertje vlak voor de eigenlijke haven, die zich in een oude sluiskom bevindt.


Saône 5: Nicéphore Niépce

10 augustus
Vanuit onze comfortabele positie in het jachthaventje van Gigny, waar we tal van oude bekenden tegenkomen, ondermeer de Engelsen Rod en Anne,
 
zijn we gaan fietsen naar de grote stad Chalon-sur-Saône om er het Fotografiemuseum Nicéphore Niépce te bezoeken. 



Ruim twintig kilometer door licht glooiend agrarisch landschap, door enkele Bourgondische dorpen, (opknappertjes te over!)  tot aan Chalon.

Veel oude vakwerkhuizen in Chalon, die de sfeer meteen noordelijker maken, waardoor wij het gevoel krijgen dichter bij huis te geraken. Terwijl hier de campings vol staan met Nederlandse kentekenplaten, van mensen die waarschijnlijk vinden dat ze een eind van huis zijn...

Behalve deze vrouw die zich verschuilt in het marmer waaruit zij gehouwen is, zien we ook weer de gebruikelijke trompe l'oeuil-muurschilderingen.


Het stuur van Mia's fiets dreigde te breken, dus we zochten een fietsenmaker. Toen we die gevonden hadden kon hij een nieuw stuur monteren, terwijl wij het museum bezochten dat de naam draagt van de uitvinder van de fotografie, Nicéphore Niépce. Heel aardig museum, veel groter dan we verwachtten, met wel vijf tentoonstellingen. Behalve veel leerzaams over de geschiedenis van de fotografie en alle toepassingen ervan, kwamen we ook te weten dat er tot 2005 een Kodak-fabriek in Chalon heeft bestaan die in het faillissement van Kodak is meegesleept, waardoor 2800 medewerkers op straat kwamen te staan. Daarmee samen hangt de grappige tentoonstelling Colorama, over de panoramafoto's die in de jaren vijftig en zestig op enorm formaat (15m breed), telkens voor korte tijd in de hal van het Grand Central station van New York hebben gehangen. Reclame voor Kodak, voor het fotograferen zelf, maar vooral voor The American Dream. Uitsluitend lachende gezichten, iedereen blij.

Een zaaltje over fotoboeken, waarbij het ons opviel dat we er niet een van herkenden, terwijl we toch veel tentoonstellingen over fotoboeken hebben ingericht. Een boek dat Lowlands heet viel me nog meer op, maar dat is natuurlijk omdat mijn dochter de grafische vormgeving van het Lowlands-festival verzorgt, dat volgende week plaatsvindt  in Biddinghuizen.

Verrek, daar heb je Léon Gambetta, waar kennen we die ook weer van...?
Van Andancette, waar hij ooit overnachtte, waar plaquette aan een huis aan herinnert.

Toen we Mia's fiets weer ophaalden liepen we langs deze plaquette:
En toen we later terugfietsten viel mijn oog op de zijkant van een graf in het dorpje Saint-Loupe-de-Varennes, 
wat het familiegraf bleek te zijn van de in Chalon-sur-Saône geboren Niépce.

Het mooie is dat de uitvinder van de fotografie begraven ligt even voorbij het dorp Lux. 
Men zegt hier Lu, maar Lux is latijn voor licht.
Voorbij het licht ligt degene die als eerste het licht heeft vastgelegd.




Saône 6: Terra incognita

11 augustus
Ons uitstapje over de Seille niet meegerekend hebben we het traject vanaf Carcassonne tot Chalon-sur-Saône twee keer gevaren, heen en terug. Even voorbij de stad Chalon komt het Canal du Centre in de Saône uit, waarvoor in de stad een obelisk is opgericht.



Toen we daar vanochtend voorbijvoeren kwamen we op de andere helft van de Saône, die waar we nog niet eerder waren, terra incognita.
Wat hier opvalt: veel wildkampeerders, die soms in kleine groepjes hun tentje opslaan langs de waterkant om te vissen.

Barbecue erbij, soms vrouw en kinderen erbij, soms mannen onder elkaar. Een weekend, of tot het niet leuk meer is.

We kwamen tot Verdun-sur-Le Doubs. De Doubs is een zijrivier die voor enkele kilometers bevaarbaar is en die hier in de Saône uitmondt. Het is vandaag knap koud. Nadat we aangelegd hadden brak de zon door, maar een uur later regende het. Inmiddels is de haven volgelopen met boten. Zwitsers, Engelsen, Duitsers, Denen. Zal er iets veranderen ten gevolge van Brexit?









Saône 7: Seurre

12 augustus
Ongemerkt zijn wij een grens gepasseerd. Vandaag in Seurre blijkt het bouwen van huizen in baksteen ineens de norm te zijn. 
Hiervoor zagen we baksteen wel eens toegepast, maar de ongelijkvormige brokken natuursteen waren toch wel de standaard. Strak afgepleisterd vaak, hoewel de trend om het oude materiaal weer te tonen duidelijk aanwezig is, het ontpleisteren. Is er in dit gebied meer roodbakkende klei dan iets zuidelijker? Het is hier rond de Saône tamelijk vlak en er zijn hier geen bergen, dus ook geen natuursteen. Misschien een kleiplateau?

Vanochtend eerst bootschappen gehaald, en op een vlooienmarkt twee wijnglazen gehaald, want ze sneuvelen nogal eens.

Toen we terugkwamen bij de boot zagen we een oude bekende, de Amsterdamse sleepboot Diane, die we eerder ontmoet hadden tussen Parijs en Auxerre. De nieuwe trotse Franse eigenaren waren intussen op de werf geweest, waar ze de boot geheel nieuwe kleuren hadden gegeven, zodat ik 'm eerst niet herkende, maar wel de eigenaren.
Zij bivakkeren al weken verderop op de Doubs (spreek uit: doe), liggen daar met voor- en achteranker en komen eenmaal per week proviand inslaan in Verdun-sur-Le Doubs, om daarna weer terug te keren naar hun plekje. Mooi helder zwemwater, zeggen ze. Maar ja, onze vakantie in de Seille zit erop, en daar kunnen zij waarschijnlijk niet terecht met hun 1.40 m diepgang.




Saône 8: Pauze in Seurre

14 augustus
In Seurre bleven we een paar dagen. Margriet en Tom kwamen ons weer eens opzoeken, net als enkele maanden geleden toen we nog onderweg naar het Zuiden waren. Dat betekent: gezellig samen eten en drinken, afwisselend in de schaduw bij hun campertje en op onze boot. Gister een wandeling in en rond het dorp Seurre.


We kijken even naar de beelden.
Vermoedelijk is dit een vleermuiskopje uit 1410 op de hoek van een kerkgevel.
Honderden huiszwaluwen zwermen door de straten, althans...één straat.
Geheimzinnige plaquettes die nergens over gaan.
De plaatselijke Schorum-barbier (foto's van de Rotterdamse barbier in de etalage) heeft een museale collectie scheermesjesslijpapparaten.
Direct naast de begraafplaats bevindt zich langs de weg deze uitstalling van grafstenen.
Margriet koos voorzichtigheidshalve voor de no-stone.

Een fors creatuur (ca. 5 cm) op het gangboord hoopt als verstekeling mee te kunnen, maar wij blijven nog een nacht in Seurre.


Vandaag met Tom en Margriet een stukje gaan varen en vervolgens weer op dezelfde plek aangelegd als de afgelopen nachten, om daarna met z'n vieren in de auto een bezoek te brengen aan Dole, een verbijsterende stad aan de Doubs en aan het Canal du Rhône au Rhin, dat in de buurt van Basel op de Rijn aansluit.
Via een trappetje en een onderaardse gang kwamen we in een oude wasplaats terecht.



Dinsdagochtend vertrokken we uit Seurre.