vrijdag 20 oktober 2017

Saône 3: Trévoux en verder

31 juli
Wij verdiepten ons nog eens in de geschiedenis van Trévoux en kunnen nu melden dat het ooit de hoofdstad was van het Prinsdom van Dombe, met een eigen parlement, voordat het in de 18e eeuw door Frankrijk werd ingelijfd.


We lezen de eeuwen af van de muren.

Mia ziet de trompe l'oeuil het eerst. Ik de Lavoir, waar een bord bij staat dat alleen de bewoners van Trévoux er gebruik van mogen maken. Het zou gevuld moeten raken met regenwater, maar ondanks dat het best wel geregend heeft de afgelopen dag staat er geen noemenswaardige hoeveelheid water in, maar aan het ontvangende dak zal het niet liggen. (Sleutel halen bij de Mairie)

De tandarts zou me 's middags terugbellen, dus we konden ons nog even een fietstochtje veroorloven, dit keer in de richting waarin we verder varen. 
Er is wel eens sprake van een 'franse slag', dat komt omdat Frankrijk zo groot is. Om u te laten zien dat Fransen ook wel eens doorslaan naar de andere kant maakte ik deze foto. Op het kleine paaltje, tweede van links, staat '36'. Het zijn de kilometerraaipalen die de afstand aangeven vanaf Lyon.

Toen we terugkwamen had die tandarts me nog niet teruggebeld. Het was inmiddels weer 35 graden, dus zijn we meteen weggevaren.
Het is stil op de Saône. Op een enkele visser of ruiter na kwamen we nauwelijks iemand tegen.





Tweeënhalf uur later maakten we vast aan de drijvende steiger van Montmerle-sur-Saône, waar al twee andere boten lagen.


La Seille 1: vakantie!

2 augustus
Gisteren in de jachthaven van Mâcon was het weer ongenadig heet. We besloten dat een tweede bezoek aan deze stad niet nodig was. Het is al weken rond de 30 graden. Het regent en onweert wel eens, maar daarna schijnt de zon weer verder waar ze gebleven was.
Onderstaand insect hebben we al maanden om ons heen. Als soort dan. Weet iemand wat het is? Ze zijn in het geheel niet hinderlijk, maar heel soms, zoals vanmorgen raakt er een per abuis in de kombuis verzeild. Nogmaals, hadde ik de camera en het talent van Elsbeth Cochius, dan was het een goeie foto geworden. Ze zijn 5 cm lang, hartstikke blauw, de vleugels nog blauwer dan het lijf, dat in bepaald licht blauwgroen lijkt, en ze vliegen geluidloos met vier lepelvormige vleugels, meestal in de buurt van water.

De koereiger zag ik voor het eerst toen we door de Petit Camargue voeren. Er zat er een op de rug van een paard. Volgens mijn vogelgids opereren ze doorgaans in groepjes van acht. Vandaag, zo'n driehonderd km noordelijker, zijn ze er weer. In de buurt van koeien en in gangs van wel twintig stuks. Mooie, spierwitte vogels, met een vleug geel-oranje. Kleiner dan de zilverreiger, die je hier ook vrij veel ziet, maar die is solitair. Fellere vleugelslag. Gebogen hals, maar naar verhouding iets korter dan van andere reigersoorten, de roerdomp en de woudaap daargelaten.


We hadden ons voorgenomen om tijdens deze reis ook eens een keer vakantie te nemen, af te wijken van de geplande route, die onherroepelijk in Rotterdam eindigt. Daartoe zijn we de Seille ingestoken, een zijriviertje van de Saône, dat met behulp van vier sluizen voor de eerste 40 km bevaarbaar is, tot Louhans. Een zijspoor, voor het vakantiegevoel, om onderscheid te maken met het werken dat onze reis kenmerkt.
La Seille, een liefelijke rivier, denk aan de Linge of (gekanaliseerde) Hollandse IJssel, maar breder, waar geen beroepsvaart meer op is, en waar je praktisch overal kunt aanleggen. Door twee pinnen in de grond te slaan of aan een boom vast te maken. En dat doen we dan ook naar hartelust. Eerst aan een boom om te lunchen en te zwemmen, daarna een eindje verderop met de pinnen voor de avond en de nacht. We liggen in de schaduw, maar er staat geen zuchtje wind. Het koelste is het op het dak, een plek waar we nog nooit gezeten hadden. We vinden het eigenlijk een tikkeltje gênant, maar what the f, we doen het gewoon, niemand ziet het hier. 

Aan de overkant duiken twee ijsvogeltjes gillend van plezier naar vis en bewijzen maar weer eens dat zij de koningen der vissers zijn.
Maar bovenal is dit een plek waar we eindelijk stilte ervaren. Er is hier geen trein of brug of snelweg of vliegtuig, alleen de geluiden van de natuur. En o ja, geen cicaden!

La Seille 2: Pauze

3 augustus
Het bleef de hele nacht stil en droog. Geen dauw en geen zuchtje wind. Sterren. Pas tegen de ochtend daalde de temperatuur naar 22 graden. Ik weet dat jullie in het Noorden klagen over regen en matige temperaturen, maar snap je nu waarom half Nederland in Zuid-Frankrijk op de camping staat?
Omdat de ochtendzon op de boot stond te schijnen voeren we door. Na enkele kilometers konden we in Cuisery bootschappen doen. Cuisery is de moeite van het bezoeken waard want het is met tientallen antiquarische boekwinkeltjes het Bredevoort van Frankrijk. Wij zijn van plan om er zondag terug te komen, want de eerste Zondag van de maand is er ook nog eens een boekenmarkt.
Een klein stukje varen verderop vonden we dit miniparadijs, waar we geloof ik blijven. Zwemmen is er heerlijk, maar om nou te zeggen dat je er erg door afkoelt... De watertemperatuur is ook 30 graden.
Terwijl wij zuidelijker al weken geen noemenswaardige hoeveelheden regen hebben zien vallen en we het land zagen verdorren, is hier alles groen. Zo groot is Frankrijk nou!

Mia leest Daniel Mason - Een ver land. Ik ben geboeid door Stefan Hertmans' De bekeerlinge, dat zich voor een groot deel afspeelt in het gebied waar wij varen, maar dan terug in de tijd, de elfde eeuw.


De douchezak hangt alvast een beetje af te koelen. 

La Seille 3: Pauze 2

5 augustus
Een wandeling en een fietstocht (met een onverwacht bezoek aan een museummolen) en het terugkomen bij de boot (waar we zwemmen en douchen onder de waterzak). Tussen deze bedrijven door zitten we te lezen in de schaduw. Kortom, het is een heerlijke vakantiedag. Het weer is zeer kalm en iets minder heet dan de afgelopen dagen. 
Het is een uitgesproken agrarische streek, met koeien en paarden - hier Blonde Greet en haar zus Johanna - maar ook met honden (erfhonden die je achterna zitten en opgefokte vechthonden achter een ijzeren schutting) en een enkel reebokje, dat verstijfd stilstaat wanneer wij de bocht om komen en dan toch maar verdwijnt in het maisveld waar hij zonet uit was opgedoken.




In het molenmuseum/museummolen leerden we ondermeer dat bij de Egyptenaren graan werd gemalen door naakte vrouwen.



In de molen, waarvan hier de meelkanalen in het vier etages tellende gebouw, werden we gewaar dat vroeger ook het veevoer hier gemalen werd met granen die de boeren zelf aanleverden. Een best wel ingewikkelde industriële aangelegenheid, deze met een waterturbine aangedreven watermolen, gebouwd over het riviertje de Sane, even voordat deze in de gekanaliseerde Seille uitmondt.


Het is een heerlijke zomeravond.

Wanneer we terugkeren bij de boot, die een paar uur onbeheerd aan ons walletje heeft gelegen, is er niets gebeurd.
Ik had niet anders verwacht, maar ik zeg het toch nog maar eens: geboefte, dat kom je hier niet tegen. Althans, wij nog niet.

Als de zon onder is gegaan wordt het al snel koud, iets wat we al een tijdje niet hebben beleefd. Maar daar weet ik wel wat op...




La Seille 4: Na de pauze

5 augustus

Na bijna drie dagen langs de kant te hebben gelegen aan een formidabel stukje groen dat we terecht ons kleine tijdelijke paradijs kunnen noemen en waarvan wij ons afvragen wie het eigenlijk maait, zijn we door onze voorraden heen. Met blikvoer zouden we er nog wel een maaltijd uit kunnen persen, maar water en brood, dat is toch de essentie. En bier en wijn. (En pindakaas en hagelslag, maar daar wringt het enigszins in dit land.)
Vanochtend hoorde ik het hoempen van een roerdomp, zag hem natuurlijk niet. De waarnemingen zijn niet helemaal betrouwbaar. Vloog daar een purperreiger van de ene naar de andere oever van de Seille? En was dat een ralreiger daar in die boom? Of was dat die roerdomp, die eerder zo hoempte? 
Twaalf koeien nemen voorzichtig hun ochtendbad, enkele tegelijk, want waar je als koe nog staan kan, daar passen er maar zes, dus de andere wachten geduldig tot er plaats voor ze vrijkomt. 
Dan blijken de honden los te zijn. Een kleine afsplitsing van de troep jachthonden die hier telkens de paradijsillusie verstoort door met z'n alle te gaan staan blaffen op honderd meter van ons vandaan, rent nu als dolle honden, blaffend door de wei naast onze paradijstuin, daarvan gescheiden door prikkeldraad waar ze makkelijk onderdoor kunnen. 
Toen waren we snel vertrokken... Binnen een uur hadden we gratis alle watertanks weer vol, nog weer een uur later aten we onze laatste crackers op, terwijl we hadden vastgemaakt aan een boom.
Heel mooi riviertje, de Seille. Doet ook denken aan de Kromme Mijdrecht, maar langer. En aan de Lange Linschoten, maar dan krommer.
Nou ja, een beetje een Hollands riviertje, maar dan met bergen op de achtergrond. En de voertaal is vreemd genoeg Frans...

Raven en kraaien zien en horen we hier. Dat is een nieuw verschijnsel, want die kwamen in het Zuiden nagenoeg niet voor. Wat moet je daar ook, met een zwarte jas... En vandaag onverwacht een groepje kieviten, die langs de boot scheerden. 
Past bij het landschap, dat wel, maar ik ken ze alleen uit Nederland.

Om half vijf meerden we af aan een gratis steiger in het dorpje Branges, pal voor een kleine supermarkt waar we naar hartelust bootschapten. 
Aan de overkant staat alweer een watermolen. Maar niet deze, die we vandaag voorbij voeren,
maar deze:


Morgen op de fiets naar Cuisery voor de boekenmarkt en maandagochtend naar het naburige Louhans, waar een vogeltjesmarkt schijnt te zijn.

La Seille 5: Boeken en dakpannen

6 augustus
Het is schitterend fietsweer vandaag, alleen zijn er geen fietspaden door dit prachtige landschap. 
Toch was het op deze zondag goed te doen.

Dus over de heuvelachtige D175 enzo reden we naar het vierde boekenstadje van Frankrijk, Cuisery, waar elke eerste zondag van de maand een boekenmarkt is. Dat viel een beetje tegen. Er zijn 17 winkels met tweedehands boeken en er waren vandaag misschien 25 kramen en 35 bezoekers. Deventer en Dordrecht hebben dus niets te vrezen. Wel veel Franse boeken.


Ik vond voor € 1,- een boekje over L'Encyclopédie, (de eerste, door de Encyclopedisten gemaakte inventarisatie van kennis over natuur en techniek uit 17zoveel), een leuke toevoeging aan mijn verzameling encyclopedieën. En we kochten enkele (nieuwe) muziek-CD's, om aan boord weer eens wat nieuws te horen, want de FM-radio-frequenties van de betere muziekzenders zijn niet altijd te vinden.

We neusden nog wat rond in Cuisery. Kerkje hier, kerkje daar, gevel zus, gevel zo, je kent het wel.

Eeuwenoude aantekening die achter een schilderij vandaan is gekomen. Wat staat er?

Op de terugweg zagen we het kasteel van Loisy, waar we van de week een paar dagen uitzicht op hadden. Een fenomenaal geheel, met dubbele toegangspoort en alles erop en eraan. Proprieté Privée. 


Zuidelijker, langs de Rhône, vanaf ongeveer waar we onze eerste cipres zagen, begon, vermoedelijk beïnvloed door de Romeinen, de Romeinse dakpan de daken te bedekken. In de lengte doorgesneden halve pijpjes van aardewerk, eerst met de bolle kant naar beneden gelegd, dan met de bolle kant naar boven een volgende rij eroverheen. Hier is dat anders. 


Traditioneel zijn het kleine rechthoekige tegeltjes, waar de daken mee gedekt zijn, later de keramische dakpan, zoals je die in Nederland ook wel ziet, bijvoorbeeld de Vlakke Mulden. Als deze vervangen moeten worden zie je ze heel vaak gerecycled worden als bakstenen in metselwerk.

Zo vaak zelfs dat we er al een trompe l'oeuil-schildering van hebben aangetroffen. (Photo opportunity gemist; misschien later herkansing).

Na 42 km fietsen waren we weer bij de boot in Branges. We schijnen de enigen te zijn die deze plek kennen. Er is nog geen nieuwe uitgave van de meest gebruikte waterkaart, in de laatste editie komt hij nog niet voor.




La Seille 6: Waar zijn wij?

7 augustus
Een vraag die mij vandaag bekroop: waar zijn wij nu eigenlijk? Wij fietsten via het tracé van een oude spoorlijn, nu 'voie verte', van Branges naar Louhans, slechts vier kilometer. Marktdag in Louhans, dat geeft een drukte van belang, want al sinds de middeleeuwen is dit een belangrijke plaats voor de handel. We stelden vast dat we in de Bresse zijn, een oude provincienaam die voor de identiteit van de inwoners nog steeds blijkt te leven. Maar we zijn in het Département 71, Saône-et-Loire, dat deel uitmaakt van de Région Bourgogne/Franche Comté. Dit alles in Frankrijk, Europa dus.


We zijn dus in de Bresse en we zijn in de Bourgogne. 
De Seille is tot hier bevaarbaar gemaakt, al in de 18e eeuw. We begrijpen waarom.
We waren vandaag twee keer op de fiets in Louhans, de eerste keer voor de markt (waar we overigens geen vogels hebben gezien, op de gebraden kippetjes na), de tweede keer om de stad te zien. De stad heeft een straat met in totaal 157 boogjes die samen de twee arcades vormen, hoewel men hier zegt dat de straat 157 arcades heeft... Misschien heb ik het wel mis.


Daarna fietsten we nog een eindje terug, richting Chalon-sur-Saône, over dit heerlijke fietspad in dit heerlijke weer. Agrarisch land dat aan Twente doet denken.

We verwachtten dat het hele spoorwegtracé tot Chalon-sur-Saône een fietspad zou zijn, maar het hield ergens plots op. 





La Seille 7: Vogels in de regen


8 augustus


Veel gevogelte vandaag langs de waterkant terwijl we over de stille Seille terugvaren in de regen. Twee stuks kleine zilverreiger, driemaal een jonge purperreiger, later ook een volwassen exemplaar en drie keer een kwak.

Op de woudaap na hebben we op deze reis alle reigersoorten gezien of gehoord. Inclusief de al eerder genoemde ralreiger, de koereiger en de roerdomp. En de nog niet genoemde gewone blauwe reiger. Er was zelfs een koppel wilde eenden, die hier erg weinig voorkomen. Dat en veel ijsvogels en zwaluwen, die laag over het water hun maaltje bijelkaar scharrelen.
Nu de zon weer doorbreekt zijn we voor de verandering maar eens niet in de schaduw gaan liggen. Met voldoende water en proviand aan boord nemen we nog even afscheid van de rust en de stilte van de Seille. 


De vakantie is voorbij. Morgen varen we enkele kilometers de Saône op, naar Tournus.