vrijdag 20 oktober 2017

Canal de Saint Quentin

29 april
Na Cambrai begint het Canal de Saint-Quentin waar we enkele dagen op zullen varen. 
35 Sluizen over een lengte van 92 km. Vandaag, zaterdag, hebben we daar 11 van gehad.

Nu de temperatuur begint bij te draaien begint het leven 
toch al een beetje te lijken op dat van dhr. G. te Frankrijk.
 


Jour de Travail

1 mei
 We liggen aan een kade na de laatste sluis voor de tunnel. 
Een gedwongen rustdag, want heel Frankrijk ligt vandaag op z'n gat. 
Om de Dag van de Arbeid te vieren werkt men niet. Geen enkele sluis noch de tunnel 
van Riqueval wordt vandaag bediend. Morgenochtend om 9 uur worden we geacht voor de 
noordelijke ingang klaar te liggen om te worden vastgemaakt aan het met elektriciteit 
aangedreven vaartuig dat ons door de bijna 6 km lange tunnel zal slepen.
Op zondag een wandeling 
 

 en op maandag een fietstochtje van 22 km over de heuvelen waar we morgen onderdoor zullen varen. 
 

Behalve een Amerikaanse Oorlogsbegraafplaats waar ruim 1800 in 1918 gesneuvelde 
soldaten begraven liggen, troffen we er ook de bron van De Schelde.
 




Grote Werken van Napoleon

3 mei

Het Canal de Saint-Quentin was al in ontwikkeling toen Napoleon zich ermee ging bemoeien en een nieuw tracé liet tekenen. Niet meer met een tunnel van dertien km, maar met een tunnel van 5,6 km en een kleinere van 1 km. 
Hij kwam het kanaal hoogstpersoonlijk openen door de tunnel in 1810, in gezelschap van zijn vrouw, door te varen.
De boot waarin hij zat moest door mannen de tunnel door getrokken zijn, want paarden waren te bang.
Onze boot was de kleinste van drie boten die om negen uur in de ochtend klaar lagen om door de tunnel getrokken te worden en moest daarom achteraan.
Vóór ons de Suzanna, een door Engelsen opgeknapte skûtsje, die ermee door Frankrijk varen, (en die, zoals vele Engelsen lid zijn van de Dutch Barge Association). Vooraan een péniche, een Frans vrachtschip met Terneuzen als thuishaven. 
Helemaal vooraan de Toueur #2, die een ketting van de bodem van de tunnel opneemt en achter zich weer neerlegt, zich zodoende voortbewegend, zonder uitstoot van schadelijke uitlaatgassen: als een trolleybus.
De voorste boot had echter grote problemen om koers te houden, moest telkens zijn motor gebruiken om bij te sturen, wat geen pretje is voor de boten achter hem, gezien de afwezigheid van ventilatie. 
Maar voor hem zal het ook niet fijn zijn geweest om telkens tegen de kant te knallen en veel van zijn verf op de muren achter te laten. 
Het was te ver vóór ons om iets te kunnen zeggen over het hoe en waarom van deze eigenaardige wijze van varen. Anderhalf uur ellende in elk geval, maar wij kwamen er zonder schade vanaf.

 
Even verderop ligt de kleinere tunnel; het einde is steeds te zien.
. 

De sluiswachterswoningen op het eerste deel van onze reis waren stuk voor stuk zwaar verwaarloosd, 
vervallen en ontdaan van die elementen die het een status zouden geven op een erfgoedlijst. 
Het deel dat we vandaag bevoeren is er wat beter aan toe. Vaak bewoond en redelijk goed onderhouden.

Al een hele week begeven wij ons in een gebied dat doortrokken is van het bloed dat is vergoten in de verachtelijke Groote Oorlog. 
Niet zozeer de bekende loopgraven, maar Duitsers als bezetters, die burgerbevolking deporteerden of mensen doodschoten omdat ze postduiven hadden. 
De tunnel (onder een Amerikaanse oorlogskerkhof door) bracht ons nl. van het stroomgebied van de Schelde, waar we Cambrai bezochten, 
 
naar het stroomgebied van de Somme, die hier, in Seracourt-le Grand nog maar een beek is. 

Compiègne

4 mei
Nadat we vandaag Chauny verlieten en enige tijd op het Canal Latéral de la Somme hadden gevaren bereikten we het punt vanaf waar alles voor ons nieuw was. In 2013 hadden we deze plekken al eerder aangedaan op een reis die vijf weken mocht duren en dus hier ongeveer een keerpunt moet hebben gehad.

In dit kanaal zag ik vandaag een ree in het water springen die naar de overkant zwom, waar hij niet op de kant kon klimmen. 
Omdat hij zich bedreigt voelde door ons motorgeluid keerde hij op zijn schreden terug en klom aan wal waar hij erin gesprongen was. 
In de uren erna zagen wij tot drie keer toe een verdronken ree in het water drijven. 
Daar zouden ze eens iets aan moeten doen!

Om de saaiheid van de kanalen in Noord-Frankrijk wat op te fleuren hierbij een plaatje vanuit Pont l'Évèque, waar wij een pauze inlasten.


Geen idee van, maar Compiègne is een grote Hofstad, met een enorm paleis dat eeuwenlang koningen huisvestte en een kazerneterrein (zoals in Den Helder), dat nu ook wordt omgevormd tot iets waar de stad iets aan heeft.
 
Ziehier het uitzicht uit het paleis.
 

 


L'Oise

5 mei
 Na vanochtend te zijn ontwaakt in deze plasticsoep in het 
enige haventje van Compiègne, vervolgden we onze weg 
over de prachtige rivier l'Oise. 
 
Na de kanalen met de tientallen sluisjes (we zitten intussen op 70), 
Is het een verademing om het natuurlijk aandoende stromend water 
van deze getemde rivier te ervaren. Elke tien tot twaalf km is er 
een dubbele sluis, die vlot bediend wordt, soms zelfs beide 
in dezelfde richting, want veel vrachtverkeer is er niet.

 
Mia oefent haar groene vingers door te snoeien in de kruidentuin.


De rivier l'Oise, zoveel ouder zijnde dan de kanalen, voert ons langs historisch 
interessante plaatsen, zoals waar we nu aan een halte fluviale zijn gaan liggen, 
Saint-Leu-d'Esserent, waar een enorme abdij, het overblijfsel 
van een veel groter klooster, over de rivier uitziet.
 

Vincent en Corneille

 6 mei
 
Wij varen verder over de Oise. Het weer vandaag, zaterdag, begon goed, maar het wordt steeds druileriger.
We leggen aan voor lunch en boodschappen in Auvers-sur-Oise, de plaats waar Van Gogh zijn laatste 70 dagen vertoefde (en in die dagen zijn laatste 80 schilderijen maakte), alvorens hij, tamelijk klunzig, een eind aan zijn leven maakte.
Het plaatsje ademt Van Gogh, en de bussen met toeristen weten het dan ook te vinden.
Een wandelingetje naar de begraafplaats voerde ons naar de plek waar Theo en Vincent broederlijk naast elkaar begraven liggen. De calvinistische eenvoud van hun grafstenen stak ontroerend af tegen de praal van het graf van Corneille, die tien meter verderop begraven ligt.(Helaas had ik geen camera bij me)

Uiteindelijk doen we Cergy aan, waar we in de haven een wasmachine tot onze beschikking hebben. We zijn er wel omringd door brasseries, clubs en restaurants en vrezen het ergste voor onze nachtrust, maar er is niet veel keuze. Gelukkig is het koud en het seizoen is nog niet begonnen.
 
Morgen zijn hier de presidentsverkiezingen. Wij zullen de Seine bereiken en naar Parijs varen.
À bientôt!

Seine 1

7 mei
Wegens communicatieproblemen met de wasmachine in Cergy vertrokken wij vanochtend met de nog natte was richting Conflans-Sainte-Honorine, in de hoop daar een wasdroger te vinden. 
Voor de zekerheid hingen we tussen de buien door wat was te drogen, maar al snel vonden we wat we zochten.
 

In ieder geval waren wij er in het Musée de Batelllerie et des Voies Navigables, het nationale binnenvaartmuseum, dat hier gevestigd is in een oud bisschoppelijk paleis. 
 
 
Dit is een van de restanten van een oude houten péniche van voor het Freycinet-tijdperk.
De breedte van dit vrachtschip is minder dan van ons eigen bootje, dat 2.65m is

Wij bevinden ons inmiddels op de Seine, waar de oude péniches drie tot vijf rijen dik liggen te roesten...
 



Seine 2

8 mei
We meenden al wel haast in Parijs te zijn, maar het blijkt een voorstad te zijn, waar wij aanmeerden: Asnières-sur-Seine, zeg maar wat Schiedam is voor Rotterdam.
Het blijkt vandaag Bevrijdingsdag. Niet om te vieren dat gisteren Le Pen de verkiezingen verloor, maar A. Hitler ruim driekwart eeuw geleden de Tweede Wereldoorlog, zijn bijna alle winkels dicht.
Hoewel de Eiffeltoren af en toe al dichtbij lijkt zullen we morgen nog een kilometer of twaalf doorvaren over die bochtige Seine voordat we het Parijs zien dat we kennen. De bruggen zijn meteen al fenomenaal.

Aan de oevers van de Seine liggen de oude péniches als woonboten verbouwd, 
maar we zien ook veel schepen die we direct herkennen als gebouwd in Nederland.
Nu liggen we bijvoorbeeld naast een verbouwde tjalk, die 'Vier Gebroeders' heet.
 

Paris!

10 mei
Vanochtend, verrast door het zonnige weer, vroeg op en snel weg uit Asnières, om Parijs te zien ontwaken. 

Gloednieuw muziekcentrum aan de Seine.

 
Nog nooit van zo dichtbij gezien...


 

Buiten het centrum van Parijs zijn het bijna uitsluitend oude omgebouwde Franse vrachtschepen die langs de oevers van de Seine liggen. Grote ramen vlak boven de waterlijn, geen roer meer en al helemaal geen motor. In het centum zelf zijn het opvallend vaak oude Nederlandse schepen, die wij al van verre herkennen. Vaak nog met de originele Nederlandse naam.

  
In de sluis naar het Canal St. Martin, waar ook de jachthaven is waar we een paar dagen willen blijven.
 

Mimi et Pompom à Paris

11 mei
Was het gisteren zonnig maar koud, vandaag begon zonnig en veelbelovend, wat de temperatuur aangaat. We hebben dan ook de hele middag met korte mouwen gefietst, een zwerftocht van 35 km, eerst langs het Canal Saint-Martin, toen het Canal Saint-Denis volgend naar de Seine en door de stad naar Bois de Boulogne. Vervolgens langs Arc de Triomphe en over Champs Elysées, Tuilleries en Louvre weer naar de Seine, waar werd gerecreëerd en geflaneerd dat het een lieve lust had.
 
Bij station St.-Denis had menig Afrikaan een handeltje dmv. tot barbecue omgebouwd winkelwagentje.
 
 
 



Seine 3

12 mei
 
Vandaag weer een flink stuk Seine gevaren. Zag er zo uit. Met de schepen vóór ons gingen wij de sluizen in.
 


tot we in Samois-sur-Seine een plekje vonden.